DSM IV versus DSM 5

De DSM ( Diagnostic Manual of Mental Disorders) is een Amerikaans handboek dat in de meeste landen als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient. Het is een classificatiesysteem waarin afspraken zijn gemaakt over welke criteria van toepassing zijn op een bepaalde psychische stoornis op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Het is begrijpelijk dat psychiaters eensluidende criteria willen hanteren. Dit komt de duidelijkheid ten goede. Hierbij wordt met name gefocust op waarneembaar gedrag. Alle gedachten, behoeften en emoties spelen een kleinere rol omdat deze minder goed observeerbaar zijn.

DSM IV

Tot 2013 werd de DSM IV als standaard gehanteerd. Om de diagnose autisme te krijgen werd je beoordeeld op 3 gebieden, waarbij je op alle gebieden een of enkele kenmerkende eigenschappen diende te vertonen.

  • Stereotyperende patronen van gedrag
  • Beperkingen in de communicatie
  • Beperkingen op het gebied van sociale interactie

Onder elk van bovengenoemde gebieden werden verschillende voorbeelden genoemd. Van het niet maken van oogcontact tot het niet in staat zijn tot het onderhouden van succesvolle relaties met leeftijdsgenoten. Werd jouw gedrag herkend in minimaal 6 van deze items (waarbij minimaal twee onder het eerste gebied en een onder de overige twee gebieden) dan kreeg je de diagnose autisme. Hierbij werd een onderscheid gemaakt tussen klassiek autisme, Asperger en PDD-NOS.

DSM 5

Met de DSM 5 (geen Romeins cijfer meer) werd het onderscheid tussen de verschillende vormen van autisme opgeheven. Het bleek namelijk lastig om mensen in hokjes te stoppen, omdat autisme zich op zoveel manieren uit. Tegenwoordig wordt autisme daarom als een spectrum gezien, waarbij je meer of minder hoog kan scoren op autistische kenmerken.

De diagnose wordt nu gesteld aan de hand van de volgende twee criteria:

  • Beperkingen in de sociale communicatie en interactie
  • Repetitief gedrag en specifieke interesses

Verschil DSM IV versus DSM 5

  • Het onderscheid tussen verschillende vormen van autisme is verdwenen. Autisme wordt nu als een breed spectrum gezien.
  • De kenmerken zijn al vanaf de vroege kindtijd aanwezig, ook al worden ze pas later onderkend.
  • Waar autisme ten tijde van de DSM IV nog werd beoordeeld aan de hand van 3 criteria, wordt het met de komst van de DSM 5 getoetst aan de hand van 2 criteria.
  • Er is een continuüm ingevoerd waarmee de ernst van de diagnose autisme aangegeven kan worden. Dit continuüm loopt van 1 (weinig ondersteuning nodig) tot 3 (veel ondersteuning nodig).