De diagnose

Ik maak de balans op:

Fase 1: Herkenning

Eerst is er de blijdschap, dat alles waar je vroeger tegenaan liep te verklaren is aan de hand van je autisme. De ontdekking dat je jarenlang te streng bent geweest voor jezelf. Je leest alles wat je kunt vinden over autisme, zoals het een autist betaamt 😉 om je eigen leven te meten aan wat men in zijn algemeenheid over autisme zegt. Autisme begint je nieuwe referentiekader te worden.

Fase 2: Alles is autisme

 Alles is autisme. En je verwacht van de mensen om je heen dat ze je volgen, maar dat doen ze niet. Terwijl jij je leven aan het herijken bent, vinden ze dat je doorschiet, dat je je ‘weer eens’ vastbijt als een pitbull en dat je daarmee echt niet beter leert functioneren. ‘Waarom heb je je eigenlijk laten diagnosticeren?’. En bij gebrek aan begrip, bijt je je nog meer vast in informatie verzamelen. Een fase waarin je gemakkelijk kunt blijven hangen.

Fase 3: Retrospectie

Dan de retrospectie waarin je je realiseert hoeveel makkelijker je leven had kunnen zijn zonder autisme. Je wordt je bewust van de (soms verregaande) gevolgen van het feit dat je autisme als kind niet bekend was. Verdriet krijgt de overhand, af en toe nog de opluchting uit fase 1, maar ook zeker veel verdriet. Je draagt de littekens die je niet had hoeven dragen als… Je bent niet geworden wat je altijd had willen zijn. Dit proces van het loslaten van het ideaalbeeld kan een tijdje duren. 

Fase 4: De toekomst

 Dan de toekomst… Je moet oud patronen gaan loslaten – als je tenminste verder wilt met je leven – en je leven opnieuw vormgeven, met andere autisten of de autisten zoals beschreven in de boeken als nieuwe referentiekader. Een voorbeeld: “Ik lees dat autisten moe kunnen worden van de verwerking van geluid. Oh, dan zal ik eens oordoppen proberen in de auto. Verhip! Dat werkt!” Een fase waarin je jezelf empowert. Je zet constructief middelen in om te functioneren (en te blijven functioneren) in de maatschappij. Duurzamer dan ooit!

Fase 5: De typische autist

Tot slot merk je de verschillen op tussen jou en andere autisten. Je komt tot de ontdekking dat je uniek bent en alle literatuur over autisme te algemeen is en geen recht doet aan jou als mens. Je beseft dat geluk hem niet zit in die carrière of dat grote gezin of die ideale partner. Ook niet in een leven als ‘typische’ autist. Geluk zit in wat bij je past en bij jou alleen. Door je omgeving kun je nu als erg egocentrisch ervaren worden. Dat je je jarenlang met grote moeite hebt geprobeerd aan te passen, met desastreuze gevolgen, daar zijn ze niet van doordrongen. Dat is jammer, want dit is een belangrijke fase. But the only way to prove them wrong is by becoming happy, truly, sustainably happy 🙂

Je omgeving

Vervolgens hobbelen familieleden of geliefden nog lang achter je aan, wat acceptatie betreft. Je realiseert je dat ook zij moeten wennen aan de nieuwe jij. Wat op zich een onautistisch inzicht is, maar hé, autisten kunnen heel goed patronen herkennen, vooral als ze net zelf een soortgelijk proces hebben doorgemaakt.